economie lesmateriaal

Productie

-          Produceren: het maken van producten of het verrichten van diensten

-          Productie in enge zin: de geregistreerde productie van overheid en bedrijven.

-          Productiefactoren: middelen voor het produceren van goederen.

De drie productiefactoren zijn: arbeid, natuur en kapitaal.

-          Arbeid: omvat allen lichamelijke en geestelijke inspanning die voor de productie nodig.

-          Natuur: hiermee bedoelen we alle natuurlijke hulpbronnen. Aardgas zorgt voor de verwarming van het kantoorpand. Maar tot de natuur behoort ook de grond waarop het bedrijf staat.

-          Kapitaal: alle goederen waarmee producten of diensten kunnen worden voortgebracht. Bijvoorbeeld machines en computers. We maken onderscheid tussen vaste en vlottende kapitaalgoederen.

  • Vaste kapitaalgoederen: gaan meer dan een productieproces mee. Je kunt computers bijvoorbeeld langer gebruiken.
  • Vlottende kapitaalgoederen: kun je niet hergebruiken bijvoorbeeld elektriciteit.  

-          De productie is onderverdeeld in vier sectoren:

  • Landbouw en visserij: deze sector maakt op grote schaal gebruik van kapitaalgoederen. Hierdoor zijn er steeds minder arbeidskrachten in deze sector nodig. Het doel van de bedrijven in deze sector is het maken van winst.
  • Industrie: dit is de tweede sector. In deze sector worden grondstoffen verwerkt tot eindproducten. Daarvoor zijn arbeidskrachten en machines nodig. Voorbeelden zijn: meubelfabrieken, olieraffinaderijen, autofabrieken, papierfabrieken en bouwbedrijven. Industriële bedrijven proberen ook winst te maken.
  • Commerciële dienstverlening/tertiaire sector: bedrijven bieden hun diensten aan met de bedoeling winst te maken.
  • Niet-commerciële dienstverlening/quartaire sector: de organisaties in deze sector streven niet naar winst. Het gaat hier bijvoorbeeld om onderwijs, politie, gemeenten, brandweer en ziekenhuizen.

 

Arbeid

-          Arbeidsproductiviteit: de productie per werkende per tijdseenheid.

-          De arbeidsproductiviteit kan stijgen door:

  • Betere arbeidsverdeling
  • Daling van het ziekte verzuim
  • Scholing
  • Betere arbeidsomstandigheden
  • Betere arbeidsvoorwaarden
  • Nieuwe technieken

-          De arbeidsverdeling verandert in de loop van de tijd. In Nederland is het aantal vrouwen met een betaalde baan gegroeid dit komt doordat:

  • Vrouwen nu een hogere opleiding hebben dan vroeger
  • Vrouwen nu minder kinderen krijgen
  • De partner meer vrije tijd heeft
  • Vrouwen zelfstandig geld willen verdienen

-          Mechanisering: spierkracht wordt vervangen door machines.

-          Automatisering: denkwerk wordt vervangen door computers.

-          Robotisering: zowel de lichamelijke arbeid als het denkwerk wordt vervangen door machines en computers.

-          Bedrijfskolom: een reeks van bedrijven die elkaar opvolgen in het productie proces van grondstof tot eindproduct.

                     

-          Bedrijfstak: bestaat uit alle bedrijven die in dezelfde fase in een bedrijfskolom zitten.

-          Toegevoegde waarde: de waarde die en bedrijf aan een product toevoegt.

 

-          Het binnenlands product: gelijk aan alle toegevoegde waarden van de bedrijven en de overheid in een land in een jaar bij elkaar opgeteld.